WEET WAT HET BETEKENT. HERKEN WAT ER GEBEURT.

MOEILIJKE WOORDEN
HELDER UITGELEGD

Wat is spoofing? En wat betekent phishing? Je hoeft de woorden niet te kennen
om ze te begrijpen. Hier leggen we ze eenvoudig uit.

Account

Je persoonlijke toegang tot een website of app. Je logt meestal in met een gebruikersnaam of e-mailadres en een wachtwoord.

Bijvoorbeeld
Je logt in bij een webshop om je bestellingen te bekijken. Daarvoor gebruik je jouw account.

Authenticatie

Controleren of jij echt degene bent die je zegt te zijn. Dat gebeurt bijvoorbeeld met een wachtwoord, een vingerafdruk of een extra inlogcode.

Bijvoorbeeld
Je opent je bankapp met je vingerafdruk. Daarmee bevestig je dat jij toegang mag krijgen.

Bankhelpdeskfraude

Een oplichter doet zich voor als medewerker van je bank. Die probeert je bijvoorbeeld geld te laten overmaken of toegang tot je rekening te krijgen.

Bijvoorbeeld
Je wordt gebeld: “Je geld is in gevaar. Maak het snel over naar een veilige rekening.” Die rekening is van de oplichter.

Bot

Een programma dat automatisch taken uitvoert. Bots kunnen helpen, bijvoorbeeld door vragen te beantwoorden, maar kunnen ook worden gebruikt om nepberichten te verspreiden.

Bijvoorbeeld
Onder verschillende berichten verschijnt steeds dezelfde reactie met een verdachte link. Die reacties kunnen automatisch door een bot zijn geplaatst.

Clickbait

Een titel of afbeelding die vooral bedoeld is om je te laten klikken. De inhoud maakt de opvallende belofte niet altijd waar.

Bijvoorbeeld
Je leest: “Met dit simpele trucje word je morgen rijk!” Het artikel bevat vooral reclame en geeft geen uitleg die de belofte waarmaakt.

Datalek

Persoonsgegevens raken kwijt of komen terecht bij iemand die ze niet mag hebben. Dat kan gebeuren door een hack, maar ook door een menselijke fout.

Bijvoorbeeld
Een bedrijf stuurt per ongeluk een lijst met namen en e-mailadressen van klanten naar de verkeerde persoon.

Deepfake

Een afbeelding, video of stem die met kunstmatige intelligentie is gemaakt of aangepast. Daardoor kan het lijken alsof iemand iets zegt of doet wat nooit is gebeurd.

Bijvoorbeeld
Je ziet een video waarin een bekende Nederlander een investering aanprijst. De video is vervalst: die persoon heeft dat nooit gezegd.

Desinformatie

Onjuiste of misleidende informatie die bewust wordt verspreid om mensen te misleiden.

Bijvoorbeeld
Iemand maakt een nepnieuwsbericht over een bedrijf en deelt het alsof het echt is, met het doel dat bedrijf te beschadigen.

Geld­ezel

Iemand die zijn bankrekening laat gebruiken om geld van criminelen te ontvangen en door te sturen. Dat wordt ook wel een katvanger genoemd.

Bijvoorbeeld
Iemand biedt je € 100 om tijdelijk geld op jouw rekening te ontvangen en over te maken naar een andere rekening.

Identiteitsfraude

Iemand misbruikt jouw persoonsgegevens om zich als jou voor te doen. Die kan bijvoorbeeld op jouw naam iets bestellen of een abonnement afsluiten.

Bijvoorbeeld
Je krijgt een rekening voor een telefoonabonnement dat je nooit hebt afgesloten. Iemand heeft daarvoor jouw gegevens gebruikt.

Malware

Schadelijke software die op je telefoon, tablet of computer terechtkomt. Die kan bijvoorbeeld gegevens stelen, bestanden beschadigen of je apparaat vergrendelen.

Bijvoorbeeld
Je installeert een programma via een onbekende website. Op de achtergrond steelt het programma je opgeslagen wachtwoorden.

Nepwebshop

Een website die zich voordoet als een echte winkel, maar bedoeld is om bezoekers op te lichten.

Bijvoorbeeld
Je bestelt schoenen met een enorme korting. Na de betaling ontvang je niets en blijkt de klantenservice onbereikbaar.

Phishing

Een oplichter stuurt een bericht dat van een betrouwbare organisatie lijkt te komen. Het doel is je bijvoorbeeld inloggegevens te laten invullen of geld te laten overmaken.

Bijvoorbeeld
Je krijgt een e-mail die van je bank lijkt te komen. Via een link moet je jouw rekening bevestigen, maar je belandt op een nagemaakte website.

Quishing

Phishing via een QR-code. De code leidt je naar een misleidende website waar bijvoorbeeld om je inloggegevens of een betaling wordt gevraagd.

Bijvoorbeeld
Op een parkeerautomaat zit een extra QR-sticker. Na het scannen kom je op een nagemaakte betaalpagina terecht.

Ransomware

Schadelijke software die je bestanden of apparaat blokkeert. Criminelen eisen geld om de toegang terug te geven.

Bijvoorbeeld
Je kunt je documenten niet meer openen. Op je scherm verschijnt een bericht dat je moet betalen om ze terug te krijgen.

Smishing

Phishing via sms. Een oplichter stuurt een misleidend sms-bericht om je op een link te laten klikken, gegevens te laten invullen of geld te laten betalen.

Bijvoorbeeld
Je krijgt een sms dat je pakket niet bezorgd kan worden. Via een link moet je € 1,95 betalen, maar de website is van een oplichter.

Social engineering

Mensen manipuleren om informatie te krijgen of hen iets te laten doen. Een oplichter maakt bijvoorbeeld gebruik van vertrouwen, angst of tijdsdruk.

Bijvoorbeeld
Iemand doet zich voor als een IT-medewerker en zegt dat je account direct moet worden hersteld. Daarvoor vraagt diegene jouw wachtwoord.

Spoofing

Iemand vervalst afzendergegevens, zoals een telefoonnummer of e-mailadres. Daardoor lijkt een telefoontje of bericht van iemand te komen die je vertrouwt.

Bijvoorbeeld
Je telefoon toont het nummer van je bank, maar de beller is een oplichter.

Tweestapsverificatie

Een extra controle bij het inloggen, naast je wachtwoord. Je bevestigt bijvoorbeeld met een code of een melding op je telefoon dat jij het bent.

Bijvoorbeeld
Je vult je wachtwoord in voor je e-mail. Daarna voer je een code uit je authenticator-app in om toegang te krijgen.

Vishing

Phishing via een telefoongesprek. Een oplichter probeert je mondeling over te halen om vertrouwelijke gegevens te delen of geld over te maken.

Bijvoorbeeld
Je wordt gebeld door iemand die zegt van je bank te zijn. Die vraagt je om een inlogcode voor te lezen om zogenaamd fraude te stoppen.